Als een werknemer woest schreeuwt dat hij het helemaal zat is, zijn sleutels op uw bureau smijt, stampend het pand verlaat en roept dat hij niet meer terug komt. Heeft hij dan ontslag genomen?

Hoogst waarschijnlijk niet!

Als een werknemer zijn arbeidsovereenkomst in een boze of verdrietige bui of in een opwelling heeft opgezegd, dan kan een werkgever hem daar lang niet altijd aan houden.

Wil de werknemer wel ontslag nemen?

De werkgever moet zich bij een opzegging altijd de vraag stellen of de werknemer echt ontslag wil nemen. Als een werknemer bijvoorbeeld in een boze bui roept ‘bekijk het maar’ of als hij psychisch in de war is, uit schuldgevoel handelt of als hij onder druk staat of wordt gezet, dan mag een werkgever er niet zondermeer vanuit gaan dat een werknemer zijn dienstverband daadwerkelijk wìlde opzeggen. Zodra over de wil van de werknemer twijfels bestaan – of zouden moeten bestaan – kan een werknemer later vaak succesvol betogen dat hij niet wist wat hij deed of dat hij in werkelijkheid niet wilde wat hij deed. De ontslagname dan vaak van de baan en de werknemer dus nog gewoon in dienst.

‘Normale’ opzegging

Als een werknemer zijn dienstverband opzegt omdat hij een andere baan heeft gevonden, een wereldreis wil gaan maken of een eigen bedrijf gaat starten, dan is meestal duidelijk dat de werknemer zijn dienstverband werkelijk wil beëindigen. Toch is het ook dan verstandig om de ontslagname – als die mondeling is gedaan – schriftelijk te bevestigen aan de werknemer.

Schriftelijke bevestiging

Aangezien het uitgangspunt is dat sprake moet zijn van een duidelijke en ondubbelzinnige wilsverklaring van de werknemer die is gericht op beëindiging van zijn dienstverband, is het in het belang van de werkgever om die wilsverklaring te krijgen. Daarom is het meestal raadzaam om de werknemer over zijn plotselinge ontslagname een paar nachtjes te laten slapen. Een werkgever doet er bovendien goed aan om de werknemer – mondeling én schriftelijk – uit te leggen dat zijn kansen op het krijgen van een WW-uitkering, als hij zelf ontslag neemt, nihil zijn. Tenslotte is het goed om de werknemer – eveneens mondeling, maar zéker ook schriftelijk – in de gelegenheid te stellen (of hem dat zelfs aan te raden) zich te laten adviseren door een deskundige.

Als de werknemer daarna volhardt in zijn ontslagname, dan zullen de meeste rechters normaal gesproken oordelen dat de werkgever zorgvuldig heeft gehandeld en dat de werknemer duidelijk en ondubbelzinnig heeft verklaard dat hij ontslag wil nemen.

 

Voor persoonlijke en deskundige advisering en begeleiding bij de beëindiging van dienstverbanden kunt u uiteraard bij ons terecht.